Het gebouw, een voormalige wolspinnerij
'Bouwtechnisch en bouwfysisch had het gebouw alle eigenschappen van een Hollandse fabriek.'
Alle toevoegingen zijn los van het gebouw ontworpen om het verschil tussen bestaande structuur en toevoeging helder te houden. Zo wordt het entreegebied gemarkeerd door een van buiten naar binnen doorlopende luifel en is de feitelijke ingang buiten het gebouw geplaatst. De toiletgroepen zijn als aparte dozen in de ruimte geschoven. De balies zijn vrijstaande meubels en ook de bookshop is met behulp van losse onderdelen ingericht. De toon van al deze op het publiek gerichte voorzieningen is zilvergrijs of de kleur van naturel staal en staat in contrast met het ruwe stenen gebouw. Nieuwe installaties en leidingen zijn zoveel mogelijk weggewerkt zodat het gebouw als kale structuur een niet-afleidende, vanzelfsprekende behuizing voor de kunst kan vormen.
'De tentoonstellingsruimten hebben alle een eigen karakter.'
De tentoonstellingsruimten hebben alle een eigen karakter. De gang met de grote wolhokken is gestraald, zodat de kleur van de ruwe rode baksteen overheerst. De kleine wolhokken zijn juist wit en glad afgewerkt en voorzien van een eiken parketvloer. In de grote hal is een donker getinte, monoliet afgewerkte betonvloer aangebracht, de bestaande staalconstructie is in het oorspronkelijke zilvergrijs gebleven. De lichtkappen zijn voorzien van een nieuw beglazingssysteem van dubbel glas met een witte kunststofvulling. Hierdoor valt het licht gelijkmatig gefilterd in de hal, maar blijven veranderingen van weer en seizoenen merkbaar. De nieuwe ruimten in de hal zijn gemaakt met vrijstaande wanden van 365 cm hoogte, die onder de fragiele vakwerkconstructie blijven. De afzonderlijke zalen blijven daardoor deel van de grote ruimte. De wanden zijn bovendien zodanig geplaatst, dat er steeds lange zichtlijnen blijven en de hal als geheel intact gelaten wordt.
Bekijk ook deze film over hoe de fabriek een museum werd.